Natuur workshops

Natuur workshops Gerrit Jansen:

In 2012 komt Gerrit Jansen voor het vierde jaar naar Gasthuis Kaliste. Dit keer niet in het voorjaar om de vogels te bekijken, maar in de herfst om paddestoelen te zoeken, te zien, te beleven en te proeven.

Gerrit schrijft in de "Gelderlander" als aanloop naar de paddestoelen-week:

In Tsjechië is het verzame­len van paddenstoelen heel gewoon. De kennis beperkt zich meestal tot ‘ wel of niet eetbaar’. Gelukkig is het land bosrijk en dun bevolkt.

Ik dacht dat ik iets van paddenstoelen wist, maar net terug van een heerlijk weekje Zuid-Bohemen in Tsjechië weet ik dat die kennis zeer beperkt is. Ik zag daar door de bomen het bos niet meer. Wat een rijkdom; wat een variatie in soorten en dan vooral in de bossen met loof- en naaldhout.

We hebben in Kaliste jaren achter elkaar in het voorjaar natuurworkshops verzorgd en hebben nu het plan dit in de herfst te gaan doen. In mei betrof het een vogelcursus, met paapje, wielewaal, kramsvogel, middelste bonte specht, zwarte ooievaar en zeearend. In de nieuwe opzet moeten paddenstoelen en wintervogels centraal staan.

Die wintervogels dat wil nog wel: die ken ik en die waren er genoeg. Maar de paddenstoelen op naam brengen, was onbegonnen werk. In Nederland ken ik de families en de meeste geslachten van de zwammen met grote opvallende vruchtlichamen. Bij veel soortnamen moet ik passen.

Dat is, als je geen echte deskundige bent, geen schande. In het Rijksherbarium in Leiden zijn 3.500 soorten zwammen, die in de Lage Landen voorkomen, beschreven. Dat is bijna drie keer zoveel als er plantensoorten zijn. En dan zijn de minuscule schimmeltjes niet eens meegeteld. En nog steeds worden er nieuwe soorten ontdekt.

Tijdens de vele wandelingen rond Kaliste hebben we ons beperkt tot de ‘bloemen’ van het schimmelrijk: de ‘echte’ paddenstoelen. Zij hebben vruchtlichamen die op stoelen en banken lijken; denk maar aan vliegenzwam en elfenbankje.

Maar er zijn ook soorten met andere vormen zoals korsten, krullen, sponzen, knotsen en geweien. Die vruchtlichamen dienen enkel en alleen de voortplanting. Ze zitten barstensvol kiemcellen, sporen in astronomische aantallen die door de wind of door dieren verspreid moeten worden. Komt zo’n spore op een geschikte plaats terecht, dan ontwikkelt zich weer een nieuwe zwamvlok.

In Tsjechië is de soortenrijkdom veel groter dan in Nederland. Bij ons zeldzame soorten worden, als ze eetbaar zijn, met manden vol geplukt. Dat kan in de bosrijke, dun bevolkte gebieden; het commercieel plukken van paddenstoelen in ons land is gelukkig niet toegestaan.

Toch willen wij tijdens de herfstcursus volgend jaar in bescheiden mate wel wat cantharellen, berkenboleten of eekhoorntjesbrood plukken.

De Boheemse recepten hebben we al en we zijn ook met een lokale dame op pad geweest om vergissingen uit te sluiten. Zij had weinig oog voor de vele soorten, maar was alleen gefocust op wat eetbaar was. Cantharellen of hanenkammen waren er genoeg, evenals de valse hanenkam of valse dooierzwam, die je beter niet kunt eten.

Het verschil kun je bij verse exemplaren ruiken: de ‘echte’ ruikt fruitig, soms duidelijk naar abrikoos en smaakt als je hem rauw in de mond neemt wat scherp. Hij is veel steviger van vlees dan de valse, die heeft geur noch smaak. We hebben bij thuiskomst de hanenkammen puur, maar ook met blauwe kaas gegeten: verrukkelijk! Ik mag die Tsjechische eetcultuur wel.

Omdat wij bij alle paddenstoelen stil wilden staan, voelde onze Tsjechische gids zich wat onthand. We haalden de vaart uit de zoektocht, maar ze paste zich aan en genoot met de Nederlanders van de diepe rust in het bos. Een mysterieus bos waarin de nevelsluiers door de wazige lucht golfden en vaak de kale stammen aan onze blikken onttrokken. De fijne, hoge geluidjes van doortrekkende goudhaantjes uit de naaldbomen klonken als rustgevende muziek. Petra, onze gids, wees ons op het boomnest van een zwarte ooievaar.

De herfst wordt gekenmerkt door langzame aftakeling. Dood en ondergang, rottend loof, nevels tussen de van vocht glimmende boomstammen en takken waarvan geruisloos de bruine bladeren neerdwarrelen.

Voor ons, positief denkers, ziet het jaargetijde er heel anders uit. De lucht is vervuld van een pittig aroma, een doordringende geur die opstijgt uit de dampende bodem. Aan de voet van veel fijnsparren groeit de dennenmoorder, Heterobasidion annosum. 

De buisjeszwam is vanwege haar schoonheid een ‘plaatje’. Dat de bosbouwers anders over deze parasiet denken, kan ik mij voorstellen. Ik herken de geur van rauwe aardappelen.

De gele aardappelbovist, een zeer algemene stuifzwam, wordt niet vanwege de geur, maar vanwege de vorm van het vruchtlichaam met de aardappel geassocieerd.

Onder een berk groet de kostgangerboleet op een aardappelbovist. Een echte parasiet: typerend voor het jaargetijde waarin leven en dood hand in hand gaan.

 

Tekst uit: "de Gelderlander" nov. 2011


Data 2012:

De eerste en/of tweede week van oktober.

Aantal deelnemers: maximaal 22.

Voor info en reserveringen:

Natuurworkshops Gerrit Jansen

 

Terug naar arrangementen.

.

.

.

.

.

.